Fietsenfokkers / Volkskrant Conceptman 28 okt 2014

Het stalen ros kende nog nooit zo veel verschijningsvormen: leve onze nieuwe fietsmerken.

De laatste keer dat ik een nieuwe fiets kocht, was ik veertien. Je kon kiezen uit een groene Union, een bruine Gazelle of blauwe Batavus. Daarna altijd tweedehandsjes gereden. Twee weken geleden werd mijn wesp-op-wielen gejat. Een zwart met geel gestreepte herenfiets. Op grote afstand herkenbaar, want ik vergeet altijd waar ik ‘m neerzet. De dief maakte daar kennelijk geen probleem van, met een kwastje zwart gaat-ie zo weer op in de grijze massa. Alhoewel, zo grijs is die massa niet meer.

Het begon rond 2000 toen de Long John, een tweewiel bakfiets uit 1900, transformeerde tot een 21e eeuwse Hollandse familietransporter: de Cargobike. Sindsdien is er een gestage stroom nieuwe fietsmerken. Hun marketingstrategie is simpel. Een eigen filosofie, sprekend design en/of technische innovatie. Voor surfers en Elvisfans biedt Johnny Loco beachcruiser-achtige contrapties. VanMoof bedacht een superstrakke stadsfiets van aluminium, waar voor- en achterlicht in de bovenste framebuis zitten. Brik uit Utrecht verving de ketting door een fraaie cardanas. Het sympathieke Roetz recycled frames in een sociale werkplaats, incluis handvatten van kurk en FSC-houten spatborden. Dan hebben we nog de Blackstar Bamboo, met een frame van ijzersterk Ghanees bamboe en designwinnaar Sandwichbike, een houten Ikea bouwpakket op wielen, hopelijk met begrijpelijke instructies.

De oude merken proberen het bij te benen. Lastig, want fietsenbouwers werden in de jaren 80 vervangen door managers, die met een kaasschaaf fietsen gingen maken. Eén keer hoesten en het chroom lag eraf, trapnaven met kiezels in plaats van RVS kogellagers en de cheapo frames maakte van elk model een potentiële vouwfiets.
Net op tijd gingen ze weer hun best doen. Sparta introduceerde als eerste de retrotransportfiets met dubbele bovenstangen en rekje voor. Batavus kwam met de Personalised Bike, waar ’s werelds grootste framenummer op gelast werd. Union heeft -met een scheef oog naar VanMoof- een serie stadsbikes ontwikkeld. Ook Gazelle probeert met hun ‘Van Stael’ serie naar hipsters te hengelen. Cortina gaat nog verder en voert de slogan Fietsen is Fashion.

Gelukkig is er ook nog jonge rijwielfabriek met een retro-filosofie: ouderwets degelijke fietsen bouwen. Ze heten Azor. Dat is Spaans voor havik. Ook hun website stamt uit de vorige eeuw, dat maakt ze geruststellend authentiek. Directeur J. Rijkeboer rost online met bruut geweld twee gelakte voorvorken tegen elkaar: “Kijk, d’r zitten deuken in maar alle lak zit er nog op.” Alles nog echt degelijk gemaakt, van klassiek abdijframe tot bizar hi-tec Eiffeltorenframe. Ik viel als een blok voor hun kruisframe. Zo mooi. Zo sterk. Daar gaan generaties fietsendieven nog plezier van hebben.


M’n wespfiets zal ik missen, hoewel die bij nader inzien niet zo uniek was. Vorig jaar fietste er opeens een vasthoudend meisje naast me, overtuigd dat ik de fiets van haar vriendin had gestolen. Ze weigerde in mijn onschuld te geloven, totdat ze na 2 lange kilometers vol verwijten riep: “O shit, sorry, jij hebt een hérenwespfiets.” Daarom een dringend verzoek aan alle toekomstige Azor kruisframebezitters: spuit je fiets niet in RAL 7033 cementgrijs, alsjeblieft. Die is van mij.

Scato van Opstall