Een nieuwe IJstijd / Volkskrant Conceptman 6 aug 2013




IJs was in Nederland vooral handig spul om op te schaatsen, maar we ontdekken steeds vaker de geneugten van de eetbare variant. Het aantal ijssalons groeit tegen de crisis in. Vrolijke nieuwe merken komen met verrassende ijsjes aanzetten, vaak biologisch en ambachtelijk. De global warming krijgt ter compensatie een nieuwe ijstijd, met online te bestellen margaritaijs.nl als volwassen hoogtepunt.

Times are a-changing. Als kind kreeg ik bij oplopende hitte een waterijsje met twee stokjes, een soort bevroren Siamese tweeling. Kon je doormidden breken, had je twee ijsjes. Voor de rest was er vooral veel Ola. Die bracht ons in 1962 de klassieke Raket, een ode aan de opkomende ruimtevaart. Het rode puntje leek een hommage aan Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte - of een knipoog naar het water op Mars. Even briljant was de Split, uit 1965: een zinnenprikkelend huwelijk tussen een vanille- en waterijsje. Deze interglaciale mix paste prima in de hippietijd, waar het einde van de rassenscheiding gevierd werd. Merkloos maar magisch was de rondrijdende Italiaanse ijscoman, die je met z'n rattenvangerriedeltje op zwoele zomeravonden betoverde. 'Ah toe mam, ik heb m'n hele bord op.' Aan de treurige kant had je de seventies fabrieksijsjes van Jamin. Melige blokjes waar je zelf twee kartonnen wafeltjes tegen aan moest plakken. Of de plastic puntzak van Gombal, met een chemische kauwgombal onderin.

De luxe Cornetto's (een uitvinding uit de late jaren vijftig) werden pas eind tachtiger jaren door de Magnum ingehaald. De Magnum was een bonbon op een wellustig gevormd stokje, heel Amerikaans: groot is mooi en veel is lekker. Een blijvertje uit het yuppentijdperk, aangeprezen met plaatjes van geil geföhnde snollen, die de chocolade voorhuid er een beetje afgeknabbeld hadden. Een blijvertje. Daarna bleef het lang stil op de ijsmarkt. Goed, er waren kleine innovaties. Bij de Calippo werd het stokje een zakje, want al dat druipende zoet op die kleuterhandjes gaf maar rotzooi. Er kwamen Shots: kleine cola- en limoenijsballetjes in een mini vuilnisbak. Er was opeens waterijs met een knetterend topje. Allemaal meer verpakking dan inhoud.

Met de grungy jaren negentig kwamen Ben & Jerry's om de hoek, maf met een missie. En vooral: heel lekker. Nu zit er weer volop beweging in het ijs. Het oude Hero doet hip met Tiels fruit. Kleine spelers als N'ice en Gimme Pops gaan nog een stapje verder met zuiver, bijna gebeeldhouwd waterijs. Café Zero is ook apart: een beker bevroren koffie met 10 klontjes suiker, die ik vergeefs door de bijgeleverde afvoerbuis probeerde op te zuigen. In ons zuivelland zou je denken dat er al in 1850 yoghurtijs te koop was, maar nu is het er ook eindelijk: Erbens Natuurijs. Schaatsende boerenzoon Wennemars als promotor van deze frisse biologische variant. De opbrengst gaat naar het Jeugdsportfonds - ook cool. Maar de gouden plak gaat naar Professor Grunschnabel (sinds 2003). De bedenker van hallucinerend originele smaken, die je zo in een sterrenrestaurant kunt serveren. Aardbeienijs met hete pepertjes, kokosijs met Thaise basilicum en limoen of -voor de beginnende schnabelaar- Yasmin Orange Yuzu.

Scato van Opstall
(column conceptman, om de dinsdag in bijlage V van de Volkskrant)