Het venijn zit in de staart (Column Adformatie 12 november 2009)


Limburg is bijna België. Dat proef je in Alfa bier en ook Hertog Jan staat een paar traytjes hoger dan Heineken. Brand werd helaas uitgeblust door holle lifestyle-marketeers. Bier waar niemand meer trots op was. Terug naar je roots, zei de strateeg. Dat resulteerde in een filmpje met beledigde Limburgers die een argeloze Hollander terechtwijzen. Helaas, het merk komt pas aan het eind en dat mag niet. ‘Even Apeldoorn bellen’ dat is slechte reclame, riepen grappenmakers van de Universiteit van Twente ons vorige week toe. Rijke gerelateerde humor moeten we hebben, volgens een formule met drie elementen. Hierbij een re-edit van Brand die wel door hun Grolsch-beugel kan:
Een fietser van boven de rivieren stopt bij een Limbokroeg en vraagt “Zeg, dat Brand Bier, dat wordt toch helemaal niet meer in Limburg gebrouwen?” Een angstaanjagende stilte. We weten wat Limburgers met vreemdelingen doen, kopvoddentaks is nog het minste, dus dat belooft wat (arousal-safety). De belediging wordt doorverteld. Een processie van witgeklede mensen, zonder puntmutsen gelukkig, brengen de angstige Hollander naar de Brandbrouwerij vlak buiten het dorp. Daar wordt hij omgekeerd boven een kokende bak hop gehangen (disparagement) en moet zijn excuus aanbieden: “Ik heb ongelijk”. Wel met een boterzachte G, anders verstaan ze deze buitenlander niet (nog meer disparagement) Nadat de Hollander genoeg gezweet heeft, mag hij een koel pintje Brand drinken. Want ze zijn eigenlijk heel aardig, tolerant en gastvrij, die Limburgers (incongruity-resolution). Zo. Even Enschede bellen, of ik morgen als reclameprofessor aan de slag mag.
Toen ik nog een bierdrinkende gereedschapverzamelaar was, belandde ik per ongeluk op een Parijse tentoonstelling over de New Look, die Dior in de jaren vijftig neerzette. Zes uur later liep ik lucide naar buiten. Ik had eindelijk begrepen en vooral gevoeld wat Haute Couture was. Dat je die af en toe prima kan confectioneren, bewees H&M met Lagerfeld en Victor&Rolf. Dat kunnen wij ook, dachten ze bij C&A. De keuze voor Frans Molenaar is prima. Dat je die man zelf z’n verhaal laat doen, ook logisch. Iets over vloeiende lijnen en de wens om met deze collectie zoveel mogelijk vrouwen mooi aan te kleden. “Ondanks de crisis kan de Nederlandse vrouw er nu eleganter uitzien dan ooit.”, verwacht je dan als uitsmijter. Maar Molenaar eindigt met “Dit is absoluut de kroon op mijn werk.” Geen weldenkende Nederlander die dat gelooft. C&A confectie als kroon, dat gaat je kopvoddentaks kosten.
Scato van Opstall